Vertragingstijd en continue glucosemonitoring (CGM)

Bij gebruik van een continue glucosemeter (CGM) is timing belangrijk. CGM-systemen meten glucose in de weefselvloeistof, het vocht in de ruimtes rond cellen, niet rechtstreeks in het bloed. Wanneer de bloedglucose snel verandert, volgt interstitiële glucose met een tijdvertraging. 1Deze vertraging wordt vertragingstijd genoemd.

Omdat glucose met een lichte vertraging van de bloedbaan naar deze weefselvloeistof gaat, volgen je CGM-waarden je werkelijke bloedglucoseswaarden.

Het gebruik van je CGM en het uitzoeken van vertragingstijd is als het besturen van een auto met je ogen dicht, alleen vertrouwend op navigatiesoftware die met vertraging wordt bijgewerkt. Op rechte wegen of zachte bochten is deze vertraging geen groot probleem. Maar op scherpe bochten moet je sneller reageren en anticiperen op veranderingen om op het juiste spoor te blijven. Net zoals het beheren van glucoseswaarden met metingen die achterblijven bij werkelijke veranderingen.

Welke invloed heeft tijdvertraging op je glucosewaarden?

Onder stabiele omstandigheden is de vertragingstijd tussen je bloedglucoseswaarden de weefselvloeistof ongeveer 5 minuten tot 20 minuten, afhankelijk van de plaats van de sensor. Maar wanneer glucoseswaarden snel toenemen of afnemen, na het eten, sporten of nemen van insuline, kan de vertragingstijd oplopen tot 12–24 minuten. Afhankelijk van de glucosesensor kan de vertragingstijd oplopen tot 40 minuten. Dit betekent:

  • Na het eten: je CGM kan nog steeds een lage glucosewaarde laten zien terwijl je bloedglucose stijgt.
  • Tijdens lichaamsbeweging: je CGM kan achterblijven bij de werkelijke dalingen van de glucose, waardoor het risico op een vertraagde reactie toeneemt.
  • Bij het behandelen van een lage glucosewaarde: je CGM geeft niet direct de KH of glucose weer die je hebt geconsumeerd, dus het is het beste om te wachten voordat je meer eet.
  • Bij het kalibreren van je CGM: kalibreer je CGM alleen als de glucoseswaarden stabiel zijn, zoals vóór de maaltijd of tijdens periodes van weinig activiteit. Als je kalibreert tijdens snelle veranderingen, zoals na het eten of sporten, kan de vertraging leiden tot onnauwkeurige aanpassingen.
  • Vertragingstijd kan leiden

    Vertragingstijd kan leiden tot te vroeg of te laat reageren, wat onnodige correcties of schommelingen kan veroorzaken.

Als je een duidelijk beeld hebt van de vertragingstijd, kan je met vertrouwen je glucoseswaarden beoordelen en de juiste actie ondernemen.

Ga door met trainen

1. Schmelzeisen-Redeker G, Schoemaker M, Kirchsteiger H, Freckmann G, Heinemann L, Del Re L. Time Delay of CGM Sensors: Relevance, Causes, and Countermeasures. J Diabetes Sci Technol. 2015 Aug 4;9(5):1006–15.

Hoe nuttig vond je deze training?
Ga door met trainen

Vorige stappen

Wat is MARD?

Volgende stappen

De SmartGuide sensor dragen