Na het koppelen van de sensor, moet je je sensor kalibreren om je CGM-waarden te ontvangen.
De sensor moet gekalibreerd worden om je zo nauwkeurig mogelijke metingen te geven:
- Vóór de kalibratie is de sensor in de Trendmodus. Je kunt CGM-waarden zien, maar je mag ze niet gebruiken voor beslissingen met betrekking tot de behandeling.
- Een gekalibreerde sensor staat in de Therapiemodus. Je kunt deze waarden gebruiken om beslissingen met betrekking tot de behandeling te informeren (bijv. om insulinedoses aan te passen).
De kalibratieroutine voor de gebruiker bestaat uit twee stappen:
- De app vraagt je om 12 uur na het aanbrengen van de sensor te kalibreren.
- Een tweede verzoek verschijnt 30 minuten tot 3 uur na de eerste kalibratie.
Je moet je sensor kalibreren:
- Telkens wanneer mySugr Glucose-inzichten je vraagt dit te doen.
- Thuis of in een stabiele omgeving, 2 tot 27 ℃ (vermijd zeer warme, zeer koude of snel wisselende temperaturen).
- Op een moment dat je bloedglucose stabiel is (niet kort na een maaltijd, insuline-injectie of lichamelijke activiteit).
Als de kalibratie niet lukt, wacht dan 30 minuten voordat je het opnieuw probeert.
Zo kalibreer je de sensor
Stap 1
Was je handen met warm water en zeep en droog ze goed af. De app vraagt je om 12 uur na het aanbrengen van de sensor te kalibreren. Tik op de knop Nu kalibreren.
Stap 2
Voer een glucosemeting uit met je glucosemeter. Als je deze in de scherm Kalibreren invoert, moet de aflezing binnen het bereik van 40 en 400 mg/dL (2,2 mmol/L en 22,2 mmol/L) liggen. Deze waarde moet uiterlijk 3 minuten na de meting worden ingevoerd. Controleer of de waarde juist is, want je kunt deze later niet meer wijzigen.
Stap 3
Voer je bloedglucoseresultaat direct na het uitvoeren van de test in. Controleer of de waarde juist is. Tik op Bevestigen om door te gaan of Doorgaan met bewerken om terug te gaan naar de vorige stap.
Als je een onjuiste waarde bevestigt, kunnen de systeemprestaties niet worden gegarandeerd. Gooi de sensor weg, breng een nieuwe aan en herhaal de vorige stappen.
Stap 4
Als de kalibratie geslaagd is, verschijnt er een bevestigingsmelding. In geval van een mislukte kalibratie, wacht dan minstens 30 minuten voordat je het proces herhaalt met een nieuwe meting van je bloedglucosemeter.
Stap 5
Kalibreer de sensor wanneer de app daarom vraagt.
Gebruikerskalibratie
Als je een door de gebruiker gekalibreerde sensor gebruikt, moet je de tweede kalibratie 30 minuten tot 3 uur na het voltooien van de eerste kalibratie invoeren.
Tik op Nu kalibreren en herhaal de stappen 2 tot 4. Na deze stappen blijft je systeem in Therapiemodus tot het einde van de draagtijd van de sensor.
Als de tweede kalibratie wordt gemist, schakelt de sensor terug naar Trendmodus. Zodra je de tweede kalibratie uitvoert, gaat de sensor terug in de Therapiemodus.
Wanneer je wordt gevraagd om de sensor te kalibreren, bereid je dan voor op een test wanneer het je uitkomt.
Accu-Chek Nieuwsbrief
Blijf op de hoogte
Krijg nieuws en tips over diabetesmanagement in je inbox