CGM vs. BGM: het verschil begrijpen

Zowel Continue glucosemonitoring (CGM) als Bloedglucosemonitoring (BGM) bieden waardevolle inzichten over je glucoseswaarden maar ze werken elk anders en bieden verschillende voordelen.

De basisprincipes van CGM en BGM

BGM is de traditionele methode, ook wel bekend als zelfmonitoring van de bloedglucose (SMBG). Met BGM kan je je bloedglucosespiegel controleren door middel van een vingerpriktest. Hierbij wordt in de vinger geprikt om een bloeddruppel af te nemen, die vervolgens op een teststrip wordt geplaatst en in een bloedglucosemeter wordt ingebracht. De frequentie van het verkrijgen van glucosewaarden verschilt. Met zelfmonitoring van bloedglucose kun je meerdere keren per dag testen, meestal voor de maaltijd en voor het slapen gaan, afhankelijk van je type diabetes en medicijnen. Deze frequentie geeft je een waarde die je bloedglucosespiegel weergeeft op het moment dat je de bloeddruppel voor de test afneemt.

Een BGM geeft directe metingen op specifieke tijdstippen gedurende de dag, terwijl een CGM om de paar minuten glucosespiegel kan meten.1 Je glucosespiegel kan vóór of na het nemen van de test veranderen.

CGM is een moderne, realtime glucosemeter. Door een kleine sensor onder de huid in te brengen, kan het glucoseswaarden in de weefselvloeistof meten, het vocht in de ruimtes rond cellen, en de gegevens naar een displayapparaat sturen. Je krijgt een volledig beeld van de glucoseswaarden gedurende de tijd dat je de sensor draagt. Dit helpt je trends en patronen te herkennen, zodat je de bloedglucosespiegel beter kunt beheren. 2

Zelfmonitoring van bloedglucose (links) en CGM-glucosespiegelmeting:

Twee diagrammen die BGM aan de linkerkant en CGM aan de rechterkant vertegenwoordigen. BGM wordt gepresenteerd met stippen, terwijl de CGM-grafiek curven heeft om te helpen bij het identificeren van uitschieters.

Hoe glucose te meten met continue glucosemonitoring

CGM-systemen bieden realtime glucosetracking, waardoor gebruikers direct inzicht krijgen in hun glucosespiegel. Een CGM-oplossing kan trends in glucosespiegel identificeren en je waarschuwen wanneer glucoseswaarden te hoog of te laag worden, zodat je preventieve maatregelen kunt nemen voordat een ernstige gebeurtenis plaatsvindt. 1 Met een CGM kan je de vorige ontwikkeling van de glucosespiegel bekijken en met de juiste softwareondersteuning toekomstige veranderingen inschatten.

Welke is geschikt voor jou?

Elke meetaanpak heeft voordelen. BGM-apparaten zijn eenvoudig en bereikbaar, terwijl CGM-oplossingen continu inzicht bieden voor een diepgaandere besluitvorming. Je diabeteszorgplan kan het gebruik van één of beide inhouden, op basis van medisch advies of voorkeur.

Zowel de CGM als de BGM spelen een cruciale rol in diabetesmanagement. De keuze hangt af van levensstijl, persoonlijke voorkeuren en medische behoeften. Je kunt in overleg met je diabeteszorgteam je voorkeursmethode kiezen.

Als je realtime glucosetracking nodig hebt en het aantal vingerprikken wilt verminderen, kan CGM een goede oplossing zijn. Als je de voorkeur geeft aan een eenvoudige maar effectieve aanpak en je je op je gemak voelt bij het periodiek testen, kan BGM een betrouwbare optie zijn. Sommigen gebruiken zowel CGM als BGM samen om de nauwkeurigheid te verbeteren en een effectieve glucoseregulatie te garanderen. Accu-Chek-producten bevatten zowel BGM- als CGM-oplossingen en bieden ondersteuning voor effectief diabetesmanagement.

Nu volgt informatie over MARD.

  1. Cengiz E, Tamborlane WV. A tale of two compartments: interstitial versus blood glucose monitoring. Diabetes Technol Ther. 2009 Jun;11 Suppl 1(Suppl 1):S11-6. doi: 10.1089/dia.2009.0002. PMID: 19469670; PMCID: PMC2903977.
  2. Maria Ida Maiorino, Simona Signoriello, Antonietta Maio, Paolo Chiodini, Giuseppe Bellastella, Lorenzo Scappaticcio, Miriam Longo, Dario Giugliano, Katherine Esposito; Effects of Continuous Glucose Monitoring on Metrics of Glycemic Control in Diabetes: A Systematic Review With Meta-analysis of Randomized Controlled Trials. Diabetes Care 1 May 2020; 43 (5): 1146–1156. https://doi.org/10.2337/dc19-1459
Ga door met trainen

Volgende stappen

Wat is MARD?